Bijeenkomst Stadsarchitecten in Nederland

17 januari 2006, Den Haag

Uit de Architectuur Lokaal enquête Beleid van gemeentebestuurders als opdrachtgever bij ruimtelijke opgaven bleek dat 21% van de wethouders de stadsarchitect of stadsstedenbouwer als een goed instrument ziet ter bevordering van kwaliteit. Toch was in slechts 15 van de (toen) 458 gemeenten in Nederland een stadsarchitect, stadsstedenbouwer of dorpsbouwmeester actief. En dat aantal staat onder druk.

Samen met Rijksbouwmeester Mels Crouwel organiseerde Architectuur Lokaal een bijeenkomst voor alle stadsarchitecten in Nederland bij het Atelier Rijksbouwmeester in Den Haag. Het doel van deze bijeenkomst was kennisuitwisseling en het onderzoeken of het zinvol is om over bepaalde onderwerpen gezamenlijk van gedachten te wisselen. Directe aanleiding voor de bijeenkomst was het bericht dat de gemeente Haarlem overweegt om de stadsarchitect ‘af te schaffen’.

Onder voorzitterschap van de Rijksbouwmeester werd geïnventariseerd wat de rol van de stadsarchitect in elke gemeente is. Al snel bleek dat er grote verschillen zijn. Stadsarchitecten zijn werkzaam in vaste dienst, op freelance basis, voor korte tijd of lange termijn, als adviseur voor het College van B&W of als hoofd van een gemeentelijke dienst. Ze opereren alleen of als onderdeel van een team. Hun expertise wordt gevraagd inzake toekomstig beleid, welstandsbeleid, stedenbouwkundige ontwikkelingsvisies of nieuwbouwprojecten. Wat hen bindt, is dat zij de verpersoonlijking zijn van het architectuurbeleid van een gemeente.