Amsterdam

Discussie over nieuwe stadsbouwmeester

Vanaf eind 16e eeuw tot 1969 had de gemeente Amsterdam een stadsarchitect. Vijftig jaar later, in 2017, legde het nieuwe stadsbestuur in zijn coalitieakkoord vast dat Amsterdam weer een stadsbouwmeester zou krijgen. Dit voornemen volgde op het advies van de Amsterdamse Kunstraad, dat in de publicatie De stad is nooit af voorstelde om opnieuw een stadsbouwmeester aan te stellen, onder meer om bij stadsuitbreiding integraal denken te bevorderen en de kwaliteit van de architectuur te bewaken. Deze stadsbouwmeester zou moeten worden aangesteld voor een periode van zeven jaar en, net als de Rijksbouwmeester, over een eigen budget en organisatie moeten kunnen beschikken.

Over de vraag wat een nieuwe stadsbouwmeester van Amsterdam zou gaan doen organiseerde ARCAM op 27 juni 2018 een discussie in de Zuiderkerk.
Het voornemen tot de aanstelling van een stadsbouwmeester was concreet maar “toch is het de vraag of het er van zal komen”, schreef journalist en sociaal geograaf Floor Milikovski twee jaar later in het essay ‘Op zoek naar een stadsbouwmeester?’. Dit essay verscheen ter gelegenheid van een tweede debat getiteld Niets doen is geen optie, dat op 7 februari 2020 door de Amsterdamse Kunstraad en ARCAM werd georganiseerd. Na afloop van het debat werd de publicatie overhandigd aan wethouder Marieke van Doorninck.

1962 – 1969, Chris Nielsen, stadsbouwmeester
Chris Nielsen werd op 15 mei 1962 benoemd tot stadsbouwmeester van Amsterdam met als taak ‘het coördineren en organiseren van alle bouwkundige activiteiten van de dienst Publieke Werken’. Nielsen was indertijd vooral bekend als architect van verschillende protestantse kerken, woonwijken en enkele scholen. Het College van BenW benoemde hem in 1967 ook tot adviseur van de internationale stadhuisprijsvraag van Amsterdam; in die functie bereidde Nielsen het programma voor de prijsvraag voor het nieuwe Radhuis voor, hij begeleidde de prijsvraag en stond de jury bij als adviseur.
Hij zou zijn werkzaamheden als particulier architect geleidelijk afbouwen om zich volledig op het bouwmeesterschap te concentreren. Echter met name de nieuwbouw van de Vrije Universiteit te Amsterdam-Buitenveldert vergde veel tijd, waardoor hij in 1969 besloot om zijn functie als stadsbouwmeester te beëindigen. Na zijn aftreden bleef Nielsen nog enkele jaren actief voor de gemeente Amsterdam als bouwadviseur van burgemeester Samkalden. Zie verder Biografische Schets Chr. H. Nielsen, Laura de Coninck, 2017.

1956 – 1961, Ben Merkelbach, stadsbouwmeester
In 1956 accepteerde Merkelbach de functie van stadsbouwmeester van Amsterdam. Daarbij kreeg hij te maken met de plannen voor de Wibautstraat, de RAI en het Raadhuis. Die laatste kwestie kon hij niet tot een einde brengen door zijn onverwachte overlijden in 1961.

Rond 1900, Evert Breman, stadsarchitect
Evert Breman was aan het einde van de negentiende en begin twintigste eeuw stadsarchitect van Amsterdam en technisch adviseur van het Paleis voor Volksvlijt. Breman bouwde onder meer het Rembrandttheater op het Rembrandtplein en het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade. In 1895 was hij de hoofdarchitect van de wereldtentoonstelling voor het Hotel- en Reiswezen. Daartoe werd op een groot terrein achter het Rijksmuseum een compleet miniatuurdorp ‘Oud Holland’ gebouwd, met zestiende- en zeventiende-eeuwse gevels uit allerlei Hollandse steden.

Eerdere stadsarchitecten
Tot 1895 Adriaan Weissman, gemeentearchitect / 1834 – 1890, Bastiaan de Greef, stadsarchitect / rond 1774, Jacob Eduard de Witte / vanaf 1768 Cornelis Rauws, DG der stadsbouwwerken / 1746 – 1768, Gerard Maybaum, directeur stadsfabriek / vanaf 1648 Daniël Stalpaert / vanaf 1595 Hendrick de Keyser.


Chris Nielsen